Exit horrorfilm: genre dynamieken en gerechtvaardigd geweld in “Get Out”

Leestijd 5-6 minuten

Jordan Peeles’ Get Out werd onlangs uitgeroepen tot het meest winstgevende debuutproject met een “origineel” scenario. De film wordt quasi unaniem geprezen, zowel door het publiek als door filmcritici, en verdient deze lof, uiteraard, om tal van redenen. In verschillende recensies valt te lezen dat de regisseur er overtuigend in slaagde om de raciale paranoia die kenmerkend is voor onze tijdgeest op een scherpe, satirische en toch noodzakelijk donkere manier weer te geven. Dat alles is des te opmerkelijker gezien het eerder moeilijke genre van de film. Hoewel erover gediscussieerd kan worden of het nu eerder een comedy/horror is, dan wel een thriller/horror of zelfs een mystery/horror, staat het buiten kijf dat de film in essentie de regels van het horrorgenre keurig opvolgt. Doorgaans wordt dit genre echter in één adem genoemd met uitgemolken, op geld beluste en door Hollywoodstudio’s gedreven publieksfilms met weinig toegevoegde (cinefiele) waarde. Inhoudelijk zou het overigens niet verder reiken dan wat gratuit bloedvergieten, overdreven promiscue gedrag dat per direct tot de dood leidt en enkele voorspelbare jump scares. In het geval zo’n film tóch door de streng beveiligde poorten der criticasters raakt, is dit vaak als Trojaans paard, of wolf in schapenvacht – hoe je het ook wil. Zo volgen deze films (denk aan Cabin in the Woods, The Babadook, It Follows, Let the Right One in, …) grosso modo de regels van het genre, maar zorgen ze er (hopelijk) voor dat de kijker, naast de aanhoudende creeps, voer voor (zelf)reflectie krijgt. Daarvoor moeten soms bepaalde tropes sneuvelen, terwijl andere worden geïnverteerd, en nog andere worden anders ingevuld. De betere horrorregisseur slaagt er bovendien in om het genre ten dienste te stellen van de idee die hij in gedachte heeft, en vice versa. Zo kan een ingenieuze symbiose ontstaan tussen verhaal en genre, een harmonieus samenspel van stijl en inhoud.

In wat volgt zal duidelijk worden dat de regisseur van Get Out hier meesterlijk in slaagt. Wanneer hem in een interview wordt gevraagd hoe hij de beide genres ziet waarin hij geoefend is (aanvankelijk komedie, en nu dus ook horror), benadrukt hij vooral het opvallende verband tussen de twee:

For my money, they both depend on a certain amount of groundedness, a certain amount of reality. Something is only going to be as funny as it is applied to reality or true emotion. Something is only going to be as scary as it feels like it exists in this real world

Het is volgens hem dus van primair belang dat welke keuze je ook maakt in het verhaal of de vertelling ervan, deze geworteld en gegrondvest moet zijn in de realiteit. Wat Peele nu precies bedoelt met die realiteit kan dan wel voer voor discussie zijn, hij lijkt in ieder geval wel een punt te hebben. Wanneer iets te veel afwijkt van onze leefwereld, en dus geen “groundedness” vertoont, laat het ons hoogstwaarschijnlijk koud, of zal het ons in ieder geval minder raken. Hij gaat echter nog een stap verder: zo zorgt hij er niet enkel voor om zijn verhaal een zeker realiteitsgehalte toe te kennen, maar maakt hij expliciet gebruik van het potentieel dat in het genre an sich huist. De keuze voor het genre moet dus misschien ook een zekere gronding in zich hebben. Zo is het intrinsiek gefundeerd op bepaalde verwachtingspatronen van het publiek, en gaat het onvermijdelijk gepaard met een zekere vertrouwdheid. Denk aan de onhebbelijke gewoonte om zwarte personages eerst het loodje te laten leggen. In een zelfreflexieve oefening plooit Peele dit om wanneer hij het zwarte personage niet alleen als hoofdpersonage opvoert, maar uiteindelijk ook als enige laat overleven. Dit doet hij, uiteraard, in functie van het verhaal, maar mogelijks is er meer aan de hand.

De film eindigt inderdaad met Chris, het zwarte hoofdpersonage, die overleeft en wordt opgehaald door zijn goede vriend Rod, die werkt voor de TSA ˗ vandaar de wagen met zwaailichten. Peele had verschillende eindes in gedachten, maar uiteindelijk opteerde hij toch voor een ietwat optimistische eindscène. Wanneer het alternatieve oorspronkelijke einde, zijnde de arrestatie en opsluiting van Chris door blanke agenten op YouTube werd geplaatst, ontstond een online discussie waarin werd getwist over de voor- en nadelen van Peeles keuze. Dit debat lijkt echter voorbij te gaan aan het “echte” essentiële einde dat voorafgaat aan het pseudo-einde waarover wordt gekibbeld: de manier waarop de onderdrukte Afro-Amerikaan komaf maakt met de blanke onderdrukker. Zo slaagt Chris er niet enkel in om te ontsnappen uit het huis waarin hij (aanvankelijk zonder medeweten) gevangen zat ˗ vandaar de titel? ˗, maar weet hij de mensen die dit huis bewoonden en oprichtten te vermoorden, en zichzelf daardoor te bevrijden, letterlijk én figuurlijk. Zo staat dit geweld niet enkel ten dienste van het genre, maar is het, wil de film gegrond zijn in realiteit, noodzakelijk. Het is namelijk niet het gevolg van een zogenaamd wild instinct, noch van een surreëel “onmenselijke” eruptie, zelfs niet van wrok: het is wat Chris weer tot mens maakt. Zo is de haat die aan de grondslag ligt van dit geweld de enige schat van de totale onderdrukte, het laatste redmiddel tegen zij die hen willen ontmenselijken, of in het geval van Chris willen taxidermeren en letterlijk opnieuw willen bezielen. Wanneer in het alternatieve “originele” einde Chris in de gevangenis zit en zijn vriend Rod hem van achter een dikke glazen wand vraagt naar meer informatie voor het lopend onderzoek antwoordt Chris: “I’m good, I stopped him, you know. I stopped him”. Hiermee toont het hoofdpersonage aan dat hij, ondanks zijn opsluiting, tevreden is met de situatie en ironisch genoeg vrijer is dan tevoren.

Daar waar geweld doorgaans een functionele waarde krijgt toegedicht in het horrorgenre, fungeert het hier dus veeleer als humaniserende kracht. Hiermee toont Peele aan dat genres absoluut niet hoeven te beperken, integendeel: de “beperking” is hier net het vermogen.

Geschreven door Eduard Cuelenaere